Vaststellingsovereenkomst (beëindigingsovereenkomst)

Wanneer de werkgever de arbeidovereenkomst met een werknemer wil beëindigen dan kan hij aan de werknemer vragen of deze schriftelijk instemt met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Een beëindiging van de arbeidsovereenkomst vindt dan plaats met wederzijds goedvinden (artikel  7:670b BW).

De werkgever doet aan de werknemer een voorstel op welke basis de arbeidsrelatie kan worden beëindigd.

Tip voor de werkgever: Bij een regeling is een werkgever, wettelijk gezien, niet verplicht om een transitievergoeding mee te geven.

Tip voor de werknemer: Een werknemer kan beter niet akkoord gaan met een beëindiging met wederzijdse goedkeuring wanneer geen transitievergoeding wordt aangeboden. Wanneer de werknemer niet akkoord gaat met een beëindiging dan moet de werkgever namelijk het UWV of de rechter inschakelen waardoor wettelijk gezien daarna wel meestal minimaal een transitievergoeding verschuldigd is.

De werknemer moet er dus op letten dat er werkelijk een redelijke grond voor het ontslag is en of hij gezien de situatie aanspraak kan maken op een vergoeding. Wanneer de werkgever geen redelijke grond heeft om de werknemer te ontslaan dan kan de werknemer een bedrag claimen dat hoger ligt dan de transitievergoeding!

Heeft de werkgever geen reden voor een beëindiging van de arbeidsovereenkomst of handelt de werkgever ernstig verwijtbaar dan is de kans groot dat de werknemer aanspraak kan maken op een extra (billijke) vergoeding. Door de jaren lange ervaring weet Mr. H.P. Mannens welk bedrag wel redelijk is. Mr.H.P. Mannens helpt u daarbij.

Wanneer een werknemer met de voorgestelde regeling akkoord gaat dat de arbeidsrelatie wordt beëindigd dan worden alle afspraken schriftlijk vastgelegd in een beëindigingsovereenkomst (vaststellingsovereenkomst).